|
Deze zorgvrager is niet in staat om dagelijkse handelingen zelfstandig uit te voeren of actief aan die handelingen mee te werken. Zonder speciale voorzorgsmaatregelen kan de begeleiding in dit geval leiden tot lichamelijke overbelasting van de zorgverlener. Het is noodzakelijk hulpmiddelen te gebruiken die het risico op overbelasting tenietdoen. In Emma’s geval kan de zorgvrager niet actief meehelpen met de beweging en acht men het ook niet meer van belang haar te stimuleren aan de beweging mee te werken en om actief te worden. In sommige gevallen, zoals bij zorgvragers in de laatste fasen van kanker of de ziekte van Alzheimer, is deze actieve bijdrage zelfs onwenselijk en dient deze vermeden te worden. Ook een zorgvrager die ervoor kiest zijn energie te bewaren voor het bezoek en dus tijdens het verzorgingsproces passief wil blijven, kan tot deze ‘Emma’-groep behoren. In deze groep zijn het bevorderen of stimuleren van de mobiliteit en het activeren van de cliënt niet langer doelen van het zorgplan. De prioriteit gaat uit naar het bieden van optimale zorg en/of het voorkomen van complicaties van immobiliteit, bijvoorbeeld door een goede huidverzorging. Transfers worden in dit geval uitgevoerd met hulpmiddelen (zoals een tilbandlift). Het doel is vooral om complicaties die ontstaan door langdurige bedlegerigheid te vermijden en het leven voor deze zorgvrager zo prettig mogelijk te maken.
Kenmerken
• Passieve zorgvrager
• Wellicht volledig bedlegerig
• Vaak stijve, samengetrokken gewrichten
• Volledig afhankelijk
• Lichamelijk veeleisend voor zorgverlener
• Het stimuleren en activeren is niet langer het belangrijkste doel
|